Seizoensblik

Onder de titel Seizoensblik presenteert Het Behouden Blik de ‘vaste’ wisselexpositie. Gemiddeld 3 tot 4 keer per jaar wordt een ander deel van de verzameling nader belicht, van verhaal voorzien en in woord en beeld aan u voorgesteld.

 

De verkoopkracht van De Gruyter – april 2021

 

Het kruideniersimperium De Gruyter, lange tijd Nederlands grootste kruidenier, begon in 1818 met een gehuurd grutterswinkeltje in Den Bosch. Op 1 september 1896 wordt de ‘Stichtsen Gruttershandel’ geopend aan het Vredenburg in Utrecht.  Op de gevel prijken de letters P. de Gruyter & Zn. Kleinzoon Jacques de Gruijter is dan de grondlegger van de landelijke winkelketen en hanteert de ‘De Gruyterformule’. Dat wil zeggen dat producten van eigen fabricaat in de eigen winkels werden verkocht. Het aantal winkels groeit snel. In 1902 telt het imperium 5 winkels, in 1910 zijn dit er al 15, in 1921 zijn het er 100 waarna het concern  doorgroeit tot 550 winkels en bijna 7.500 werknemers.

Het eerste grutterswinkeltje aan de Hooge Steenweg in Den Bosch was in 1818 niet meer dan een kamertje, waar de vrouw van Piet de Gruijter granen en zaden verkocht. Er stonden open bakken met granen, zaden, kippen- en duivenvoer, erwten en meel. De losse artikelen werden verkocht in juten zakken. Kort na 1900 is het assortiment inmiddels aangevuld met koloniale waren en krijgen de winkels een luxueuze en ruime opzet met een vernikkeld kasregister, kroonluchters, kleurrijke Jugendstil tegeltableaus aan de wanden en natuurlijk een prominente plaats voor de eigen gebrande koffiesoorten. De voorraadbussen en koffiemaalmachines stonden achter de toonbank van waaruit twee dames in witte schort de klanten bedienden.

Het winkelpersoneel van De Gruyter bestond voornamelijk uit vrouwen en meisjes. Een jongeman verzorgde als winkelknecht de bestellingen aan huis en verrichte de zwaardere werkzaamheden in de winkel. Anders dan bij Albert Heijn, waar een mannelijke, gehuwde chef eindverantwoordelijke was, gaf bij De Gruyter een ‘hoofdjuffrouw’ de leiding aan de winkelmeisjes. Zij woonde doorgaans boven de winkel, die meestal eigendom was van de grootgrutter. De winkeladministratie met een weekoverzicht van retouren, ontvangsten, winkelvoorraden en verkopen werd naar het hoofdkantoor gestuurd. De administratie en de bevoorrading werden centraal vanuit Den Bosch verwerkt en geregeld.

De Gruyter besteedt aandacht aan haar producten en haar winkels en onderkent dat de verkoopkrachten belangrijke raderen zijn in het uurwerk van de firma De Gruyter. In de 10-delige serie Prettig Verkopen uit de jaren ’50 staat opgetekend: Als de klant een maal in de winkel is, beteken jij méér dan de Hoofddirecteur van de gehele N.V. de Gruyter. De verkoopkrachten worden wekelijks middels deze serie onderwezen in de kunst van het verkopen. Zwarte rouwnagels en  een onvriendelijk gezicht zijn natuurlijk uit den boze, maar er wordt ook  gewezen op de kans die er ligt als de klant vraagt om kapucijners: ‘als de winkeljuffrouw er op wijst dat bij capucijners een beetje mosterd en een augurkje zo lekker smaken en dat juist een nieuwe zending is aangekomen, koopt ze ook dàt artikel’.

Dagboekfragment Rietje van Eekeren, maandag 19 april 1943, Atria EGO182
‘Aan die Rie heb ik erg veel. 1st wat de winkel betreft zij kan zo heerlijk met de klanten omgaan, weet steeds de juiste toon te pakken en heeft zodoende nooit ruzie…..’

Onder de nieuwe verkoopmethode (jaren ’40) wordt aandacht gevraagd voor het verkopen met een briefje. Dit scheelt tijd en bespaart vele kilometers die de dames verkoopsters minder hoeven af te  leggen in de winkel. Gemiddeld loopt de verkoopster 650 keer per week naar bijvoorbeeld het zeepvak. ‘Als nu dat zeepvak eens 9 meter van U vandaan is –  dat is niet veel, meestal is het verder weg – dan moet U dus alleen voor zeep- en poetsartikelen in een week lopen: 2 x (U moet ook weer terug) 9 x 650 = 11.700 meter’.

Door de gevraagde boodschappen eerst netjes, maar met gebruik making van afkortingen, op te schrijven en dan te verzamelen wordt tijdwinst geboekt terwijl men en passant ook de klant kan helpen om niets te vergeten. De Gruyter ontwikkelt hier bonnenboekjes voor waarop alle artikelgroepen voorgedrukt staan. Ook wordt aangeraden zoveel mogelijk artikelen vooraf af te wegen. Boodschappen klaarmaken ‘is in Uw eigen voordeel en dat van de klant’.

Dagboekfragment Rietje van Eekeren, woensdag 18 maart 1943, Atria EGO182
 ‘vanmorgen hebben Huis en ik de snoepjes afgewogen, daarna boodschappen klaargemaakt. Om 3 uur hebben wij de snoepjes in de winkel gedaan en in 1 uur hadden wij 600 klanten geholpen, vlug hè?’

Besluiten werden ook door het hoofdkantoor genomen. Dat hiertegen bezwaar gemaakt werd blijkt uit de handgeschreven brief van mejuffrouw Rietje van Eekeren en hoofdjuffrouw ‘Huis’ (V. Huizinga) van de winkel in de Spaandammerstraat, te Amsterdam. Op 1 april 1942 wordt een nieuwe werkregeling aangekondigd: de openstelling van de winkels wordt verlengd tot 7 uur ’s avonds, zaterdags tot 8 uur. Het winkelpersoneel wordt tussendoor twee uur rust geboden om thuis de warme maaltijd te gebruiken.  Dit levert, aldus Rietje van Eekeren, problemen op met het gasrantsoen omdat thuis nu twee keer een warme maaltijd moet worden klaargemaakt. Bovendien hebben de dames die van half 2 tot half 4 naar huis gaan een aaneengesloten werktijd van 5 en een half uur. De voorkeur gaat uit naar het meebrengen van een boterham die tussendoor kan worden opgegeten. Als reactie op het bezwaar lezen we : “Als Den Bosch zegt dat het moet, dan moet het toch”.

Bron: De Gruyter, de geschiedenis van een kruideniersimperium ,2000; Snoepje van de Week P. Kriele, 1992 en archief Atria, Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis, A’dam

©Museum Het Behouden Blik, Uithuizermeeden

 

met aandacht vergaard, een kijkje waard!

vind ons leuk en blijf op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen via:      hetbehoudenblik

Terug naar boven